Een vereniging van dwergen heeft besloten om een voetbalploeg op te richten om tegen een andere ploeg in competitieverband te kunnen spelen. Нun stam- en kleedlokaal is natuurlijk een café.
Op zondagnamiddag vindt hun eerste thuismatch plaats en de spelers van de thuisploeg komen allemaal naar buiten, gekleed in het rood. Aan de toog zit er een vrolijke drinkebroer met een ferm stuk in zijn kraag en hij ziet die thuisploeg passeren, 11 kleine mannen in het rood. Hij bestelt nog een pint om van de verbazing te bekomen en op dat ogenblik ziet hij de andere ploeg, 11 dwergen in het blauw gekleed, uit de kleedkamers komen.
Hij roept met zijn zatte кор de cafébaas en zegt tegen de braven man :
" Hé maestro, ik denk dat de spelers van uwe tafelkicker juist voorbijgekomen zijn."