Tijdens een grote brand in de binnenstad raakte één der brandweerlieden bedwelmd door de rook en werd door z'n maat naar buiten gesleept en gereanimeerd.
Na het sein 'brand meester' maakte de commandant een rondje langs de brand om te zien of alle brandweermensen nog in orde waren. In de steeg naast de brand vond hij de twee brandweerlieden die bezig waren de liefde te bedrijven. "Wat is dat?" schreeuwt de commandant. "Als iemand bedwelmd is moet je 'm mond-op-mondbeademing geven, en niet dit!".
"Dat heb ik gedaan" roept de eerste brandweerman. "Ное denk je dat dit begonnen is?"