3 kabouters zijn aan het opscheppen wie van hun de kleinste vader heeft. De eerste zecht: mijn vader is zo klein, die kan rechtop onder een tafel doorlopen. da's niks zegt de tweede, de mijne is zo klein, die kan rechtop onder een stoel doorlopen, hierop begint de derde keihard te huilen, verbaast vragen de andere waarom de derde begint te huilen, mijn vader heeft gisteren zijn been gebroken, toen hij van de ladder af is gevallen bij het aardbeien plukken
3 kabouters zijn aan het opscheppen wie van hun de kleinste vader heeft. De eerste zecht: mijn vader is zo klein, die kan rechtop onder een tafel doorlopen. da's niks zegt de tweede, de mijne is zo klein, die kan rechtop onder een stoel doorlopen, hierop begint de derde keihard te huilen, verbaast vragen de andere waarom de derde begint te huilen, mijn vader heeft gisteren zijn been gebroken, toen hij van de ladder af is gevallen bij het aardbeien plukken