Bart: ‘Wat doet jouw zoon tegenwoordig?’<br />Matthias: ‘Die zit op de universiteit!’<br />Bart: ‘Zo, en wat studeert hij daar?’<br />Matthias: ‘Niets, hij repareert het dak!’
Bart: ‘Wat doet jouw zoon tegenwoordig?’
Matthias: ‘Die zit op de universiteit!’
Bart: ‘Zo, en wat studeert hij daar?’
Matthias: ‘Niets, hij repareert het dak!’