De jufrouw vraagt aan haar leerlingen: "'Ik ben mooi', is dit tegenwoordige tijd of verleden tijd?" Jantje antwoordt: "Verleden tijd juffrouw..."
De jufrouw vraagt aan haar leerlingen:
"'Ik ben mooi', is dit tegenwoordige tijd of verleden tijd?"
Jantje antwoordt:
"Verleden tijd juffrouw..."