De meester vraagt aan de leerlingen : maak een zin waar het woord ventilator in komt. Wim zegt:
'Als het in de klas veel te warm is zet de meester de ventilator aan.' Henk zegt:
'Als het zomer is, zet de slager de ventilator aan want anders bederft het vlees.' Jantje zegt na een lange tijd denken:
'Als je vroeg naar de bioscoop gaat, heb je een betere plaats dan de vent-die-later komt!'