Een boer uit Lotenhulle neemt zijn zoon voor het eerst mee naar de 'grote stad'. Daar bezoeken ze een winkelcentrum en kijken hun ogen uit en verbazen zich over bijna alles wat ze zien. Dan ontdekken ze twee glimmende, zilverkleurige deuren die open en dicht gaan. "Wu'k is me da?" vraagt de zoon. Vader, die ook nog nooit eerder een lift heeft gezien, antwoordt: "Zeune, keinder geen flauw gedacht van wadada es, kene kik da euk nog van m'n leve hezien." Terwijl vader en zoon zich met open ogen en mond aan het mirakel vergapen, stapt een oud verrimpeld vrouwtje in de smalle ruimte. De deuren sluiten en vader en zoon zien hое de witte lampjes aanspringen boven de muur. Ineens stoppen de lampjes om vervolgens de tegenovergestelde richting in te gaan. De deuren openen en een bloedmooi meisje van 24 stapt naar buiten. De vader draait zich in een ruk om en roept naar zijn zoon: "Ga sebiet euw moeder hoalen, nuij!!!"
Een boer uit Lotenhulle neemt zijn zoon voor het eerst mee naar de 'grote stad'. Daar bezoeken ze een winkelcentrum en kijken hun ogen uit en verbazen zich over bijna alles wat ze zien. Dan ontdekken ze twee glimmende, zilverkleurige deuren die open en dicht gaan.
"Wu'k is me da?" vraagt de zoon.
Vader, die ook nog nooit eerder een lift heeft gezien, antwoordt:
"Zeune, keinder geen flauw gedacht van wadada es, kene kik da euk nog van m'n leve hezien."
Terwijl vader en zoon zich met open ogen en mond aan het mirakel vergapen, stapt een oud verrimpeld vrouwtje in de smalle ruimte. De deuren sluiten en vader en zoon zien hое de witte lampjes aanspringen boven de muur. Ineens stoppen de lampjes om vervolgens de tegenovergestelde richting in te gaan. De deuren openen en een bloedmooi meisje van 24 stapt naar buiten.
De vader draait zich in een ruk om en roept naar zijn zoon:
"Ga sebiet euw moeder hoalen, nuij!!!"