Een Gentenaar:<br />"Wij hebben grote lullеn"<br />Een Bruggeling "wij, in Brugge, hebben grote ballen"<br />Een derde:<br />"Ik ben wel van Gentbrugge"
Een Gentenaar:
"Wij hebben grote lullеn"
Een Bruggeling "wij, in Brugge, hebben grote ballen"
Een derde:
"Ik ben wel van Gentbrugge"