Een grootvader en zijn kleinzoon lopen langs de zee. (beide nederlanders) Opeens ziet de jongen een boot hij vraagt:
"Opa opa wat is dat?"
"Nou jongen, dat is een boot."
Jongen:
"En hое spel je dat opa."
"Nou dat spel je b-o-o-t."
Even later vraagt de jongen:
"Opa wat is dat?"
"Nou jongen dat is een boot."
"Ное spel je dat opa?"
"Nou jongen dat spel je b-o-o-t."
Even later vraagt de jongen:
"Opa opa wat is dat."
"Nou jongen dat is een hoevercraft"
, zegt opa. De jongen vraagt vervolgens:
"Ное spel je dat opa?"
Opa:
"O nee het is toch een boot."