Een klein kaal ventje staat op het Muntplein. Telkens als er een tram stopt, zet hij een stap vooruit, geeft een kus op de voorruit van de tram en gooit een bos bloemen naar binnen.
Lijn 26 komt voorbij: kus op de voorruit en een bos bloemen naar binnen.
Lijn 25 komt voorbij: kus op de voorruit en een bos bloemen naar binnen.
Lijn17 komt voorbij: kus op de voorruit en een bos bloemen naar binnen.
Een man aan de overkant van het plein heeft een tijdje staan gadeslaan en loopt naar het ventje toe. "Maar wat doet u toch heel de tijd?" vraagt hij.
Het klein kaal ventje antwoordt:
"Gisteren is mijn schoonmoeder hier aangereden door een tram, maar ik weet niet welke bestuurder het was."