Een man eet in een restaurant. Bij het betalen geeft hij één euro fooi. De ober kijkt ernaar, fronst de wenkbrauwen en zegt: ‘Uw zoon was gisteren hier. Hij gaf een veel grotere fooi.’ De man antwoordt: ‘Tja, mijn zoon heeft een rijke vader. Maar ik niet.’
Een man eet in een restaurant. Bij het betalen geeft hij één euro fooi.
De ober kijkt ernaar, fronst de wenkbrauwen en zegt: ‘Uw zoon was gisteren hier. Hij gaf een veel grotere fooi.’
De man antwoordt: ‘Tja, mijn zoon heeft een rijke vader. Maar ik niet.’