Een man en zijn zoon zijn samen met de auto onderweg naar een sportwedstrijd. Op een spoorwegovergang valt plots de auto stil. In de verte komt een trein aangereden. De man probeert in paniek de auto opnieuw te starten. Het lukt niet. De trein probeert nog te stoppen, maar te laat, de auto wordt gegrepen. De man is op slаg dood, de zoon zwaar gewond. De jongen wordt op de spoedafdeling van het dichtstbije ziekenhuis binnengevoerd waar de chirurg al klaar staat om hem meteen te opereren. Dan ziet de chirurg de jongen en zakt door de emotie in elkaar op een stoel. De chirurg zegt: "Ik kan hem niet opereren, die jongen is mijn zoon".
Een man en zijn zoon zijn samen met de auto onderweg naar een sportwedstrijd. Op een spoorwegovergang valt plots de auto stil. In de verte komt een trein aangereden. De man probeert in paniek de auto opnieuw te starten. Het lukt niet. De trein probeert nog te stoppen, maar te laat, de auto wordt gegrepen. De man is op slаg dood, de zoon zwaar gewond. De jongen wordt op de spoedafdeling van het dichtstbije ziekenhuis binnengevoerd waar de chirurg al klaar staat om hem meteen te opereren. Dan ziet de chirurg de jongen en zakt door de emotie in elkaar op een stoel. De chirurg zegt:
"Ik kan hem niet opereren, die jongen is mijn zoon".