Een oen gaat parachutespringen. Hij vraagt aan zijn instructeur: ‘Als mijn parachute niet opengaat, wat dan?’ De instructeur antwoordt: ‘Dan moet je aan het reservekoordje trekken. Als die ook niet werkt, moet je aan je tweede koordje trekken.’ De oen vraagt: ‘En als dat tweede koordje ook niet werkt, krijg ik dan een nieuwe parachute?’
Een oen gaat parachutespringen. Hij vraagt aan zijn instructeur:
‘Als mijn parachute niet opengaat, wat dan?’
De instructeur antwoordt:
‘Dan moet je aan het reservekoordje trekken. Als die ook niet werkt, moet je aan je tweede koordje trekken.’
De oen vraagt:
‘En als dat tweede koordje ook niet werkt, krijg ik dan een nieuwe parachute?’