Een rosse kerel en een kaalkop zitten tegenover elkaar in het cafe. Beide lessen hun dorst. Zegt de rosse tegen de kale: - Zeg wilde God jou misschien geen haar geven? - Toch wel, maar alleen ros en dat wilde ik niet.
Een rosse kerel en een kaalkop zitten tegenover elkaar in het cafe. Beide lessen hun dorst. Zegt de rosse tegen de kale:
- Zeg wilde God jou misschien geen haar geven? - Toch wel, maar alleen ros en dat wilde ik niet.