Een stoere zeebonk loopt in de haven een café binnen. Hij bestelt een pint aan de toog en ziet daar een bokaal vol met geld staan. Hij vraagt aan de baas :
"Waarvoor dient al dat geld in die bokaal hier ?"
. De baas :
"Ge moet daar honderd frank in smijten. Dan mag je naar achter gaan, daar staat een paard, als je dat paard aan het lachen krijgt moogt ge al het geld uit de bokaal hebben. Ik wil je wel waarschuwen, zoals je aan de goedgevulde bokaal kan zien is het zeer moeilijk om hem aan het lachen te brengen.". De zeebonk beslist van het een keer te wagen. Hij legt 100fr in de bokaal en gaat naar achteren. Hij komt dadelijk terug en je hoort op de achtergrond het paard keihard lachen. De man neemt het geld en gaat weg.
Een week later komt de zeebonk terug in de café en hij ziet opnieuw de bokaal staan vol met geld. "Moet ik hem nog eens laten lachen ?" vraagt hij aan de waard. "Neen antwoordt deze, nu moet je het paard laten wenen." De man gooit 100fr in de bokaal, gaat naar achter, keert direct terug en je hoort het paard keihard wenen. De waard :
"Vriend, nu moet je toch een vertellen hое je dat doet."
. De man :
"Awel, vorige week heb ik heb gezegd dat mijne lul groter was dan de zijne en vandaag heb ik hem laten zien!!!".