Een vriend van mij is een stotteraar. ik kwam hem gisteren tegen en vroeg of hij reeds werk heeft. jjjjjja, zegt hij, bbbbbij de tttellefffoonmmmaatssschappppij. ik: je moet toch niet telefoneren, h?hij: jjjja wwwel. ik: wat moet je dan zeggen? als hhhhet bbbbezet is mmmoet ik tuut tuut tuut tuut zzzzeggen.