Er komen drie belgen bij het politiebureau binnen. Zeggen ze “wij zijn onze hollandse vriend kwijt” vraagt de agent “hое ziet hij eruit?” Zeggen die belgen “hij heeft zwart haar.” Zegt de agent “dat heeft iedereen hier.” zegt een van de belgen “Hij heeft drie lullеn”. zegt de agent “daar hebben we wel wat aan, maar hое weet je dat hij drie lullеn heeft”.
“nou,” zegt de belg, “toen we vanmorgen in het hotel aankwamen zij de ober, “hee daar heb je die hollander met die drie lullеn”