Er liggen twee onderbroeken naast elkaar in de wasmand. Zegt de ene onderbroek tegen de andere: ‘Wat ben je bruin, ben je soms op vakantie geweest?’
Er liggen twee onderbroeken naast elkaar in de wasmand. Zegt de ene onderbroek tegen de andere: ‘Wat ben je bruin, ben je soms op vakantie geweest?’