Er staan twee bierflesjes in de koelkast. Zegt de 1 tegen de ander pijp je. Zegt de ander: "Nee ik heb een beugel."
Er staan twee bierflesjes in de koelkast.
Zegt de 1 tegen de ander pijp je. Zegt de ander:
"Nee ik heb een beugel."