Er staat een boer bij een waarheidsmachine op de pier van Scheveningen. Gooi je er een kwartje in, dan mag je een vraag stellen. Die boer zegt: "Waar is m'n vader?" Waarop de waarheidsmachine antwoordt: "Die staat te vissen op de Pier in Vlissingen." Zegt de boer: "Hahaha, dat kan niet, mijn vader is allang dood." Zegt de exploitant van die machine: "Ik snap het niet. Dat ding is goed, mankeert niks aan. Weet u wat u doet? Formuleer de vraag eens anders." "Ok," zegt de boer, "Waar is de wettige echtgenoot van mijn moeder?" Zegt dat apparaat: "Die is dood, maar je vader staat te vissen op de pier in Vlissingen!"
Er staat een boer bij een waarheidsmachine op de pier van Scheveningen. Gooi je er een kwartje in, dan mag je een vraag stellen. Die boer zegt:
"Waar is m'n vader?"
Waarop de waarheidsmachine antwoordt:
"Die staat te vissen op de Pier in Vlissingen."
Zegt de boer:
"Hahaha, dat kan niet, mijn vader is allang dood."
Zegt de exploitant van die machine:
"Ik snap het niet. Dat ding is goed, mankeert niks aan. Weet u wat u doet? Formuleer de vraag eens anders."
"Ok," zegt de boer, "Waar is de wettige echtgenoot van mijn moeder?"
Zegt dat apparaat:
"Die is dood, maar je vader staat te vissen op de pier in Vlissingen!"