Er wacht een man op het perron. Een andere oude man zegt tegen hem:op welke trein wacht u. De man:op de intercity. De oude man:maar die stopt hier helemaal niet. De man:nee maar straks wel.
Er wacht een man op het perron.
Een andere oude man zegt tegen hem:op welke trein wacht u.
De man:op de intercity.
De oude man:maar die stopt hier helemaal niet.
De man:nee maar straks wel.