Er waren eens 2 onderbroeken in de wasmand. Zegt de ene onderbroek: “ik ga binnenkort op vakantie.” Zegt de andere onderbroek: “Ik hoef al niet meer op vakantie, want ik ben al bruin genoeg!”
Er waren eens 2 onderbroeken in de wasmand. Zegt de ene onderbroek:
“ik ga binnenkort op vakantie.”
Zegt de andere onderbroek:
“Ik hoef al niet meer op vakantie, want ik ben al bruin genoeg!”