Er zit een man in de tram en er komt een vrouw naast hem zitten. Dan zegt de man tegen de vrouw: 'Wilt u bij het raampje zitten?' Dan zegt de vrouw: 'Nee ik heb vakantie.'
Er zit een man in de tram en er komt een vrouw naast hem zitten. Dan zegt de man tegen de vrouw:
'Wilt u bij het raampje zitten?'
Dan zegt de vrouw:
'Nee ik heb vakantie.'