Er zitten drie mannen aan de toog, alle drie al een beetje goed zat. De eerst zegt: "Ek zien van Bruhhe en in Bruhhe é ze lange piet'n". De tweede zegt: "Ik zen van Gheint en in Gheint ein ze gruute ball'n". De derde begint ineens te schaterlachen. Tot de tranen van zijn gezicht rollen. "Waarom lach je zo"? Vraagt de cafébaas. "Ewel" zegt de man, "Ik zein van Gheintbrugge".
Er zitten drie mannen aan de toog, alle drie al een beetje goed zat.
De eerst zegt:
"Ek zien van Bruhhe en in Bruhhe é ze lange piet'n".
De tweede zegt:
"Ik zen van Gheint en in Gheint ein ze gruute ball'n".
De derde begint ineens te schaterlachen. Tot de tranen van zijn gezicht rollen.
"Waarom lach je zo"? Vraagt de cafébaas.
"Ewel" zegt de man, "Ik zein van Gheintbrugge".