‘Henk schaamt zich enorm voor zijn kleine klavotsje. Maar op Een dag is hij smoorverliefd. Als hij na Een avondje uit zijn auto parkeert in Een donker park, begint hij het meisje hartstochtelijk te zoenen. Hij merkt dat ze meegaand is en trekt zijn gulp open, waarna Henk zijn knuppeltje in haar hand legt.
Daarop fluistert het meisje in zijn oor: Dank je Henk, maar ik rook niet!