Ik reed laatst voor het eerst (ook weer voor het laatst) mee met een collega. Het eerste rode verkeerslicht rijdt hij zo doorheen. Ik vraag: “Man, wat doe je nou?” Collega: “Ach, dat doet mijn broer ook altijd”. Bij een volgend rood licht doet hij het weer en weer zegt hij: “Ja, dat doet mijn broer ook altijd”. Dit flikte hij 5 keer. Plots remt hij keihard, maar dan voor een groen verkeerslicht. Ik zeg: “Waarom stop je in godsnaam nou wel voor groen?” Collega: “Je weet maar nooit, mijn broer kan er aankomen”.
Ik reed laatst voor het eerst (ook weer voor het laatst) mee met een collega. Het eerste rode verkeerslicht rijdt hij zo doorheen. Ik vraag:
“Man, wat doe je nou?” Collega:
“Ach, dat doet mijn broer ook altijd”. Bij een volgend rood licht doet hij het weer en weer zegt hij:
“Ja, dat doet mijn broer ook altijd”. Dit flikte hij 5 keer. Plots remt hij keihard, maar dan voor een groen verkeerslicht. Ik zeg:
“Waarom stop je in godsnaam nou wel voor groen?” Collega:
“Je weet maar nooit, mijn broer kan er aankomen”.