In de klas moeten de kindjes een zin maken met het woord "hostess".
Mieke :
"Op het vliegtuig helpt de hostess de mensen".
Pietje :
"Aan de ingang van het autosalon stond een hostess om de ticketjes te scheuren".
Jantje zit al heel lang met z'n vinger te knippen, maar de lerares durft hem, Jantje kennende, niet goed aan het woord laten. Uiteindelijk komt hij toch aan de beurt.
Jantje :
"Mijne pepe uit Gent zegt altijd : Ostess veu te poepe moede ma altad roepe!".