In den beginne is Adam alleen op de wereld. Hij voelt zich zeer eenzaam aan vraagt aan God of hij geen gezelschap kan krijgen. God daalt naar beneden en neemt Adam mee naar een strand alwaar God een vrouw begint te boetseren van zand. Als de vrouw bijna klaar is gaat de mobiele telefoon van God en wordt hij even weg geroepen. Hij zegt tegen Adam dat deze absoluut niet aan de vrouw mag komen. Deze kan zijn belofte niet houden, voelt eens langs het haar, streelt over de borsten, de billen enz. Vervolgens voelt hij de vrouw tussen haar benen en merkt op dat de daar helemaal nat is. Op het zelfde moment ziet hij God terug komen. Snel spoelt hij zijn handen af in de zee. Als hij dit later aan God opbiecht zegt God: "Ooh nee hé, nu zullen in het vervolg alle vissen zo ruiken!"
In den beginne is Adam alleen op de wereld. Hij voelt zich zeer eenzaam aan vraagt aan God of hij geen gezelschap kan krijgen. God daalt naar beneden en neemt Adam mee naar een strand alwaar God een vrouw begint te boetseren van zand.
Als de vrouw bijna klaar is gaat de mobiele telefoon van God en wordt hij even weg geroepen. Hij zegt tegen Adam dat deze absoluut niet aan de vrouw mag komen.
Deze kan zijn belofte niet houden, voelt eens langs het haar, streelt over de borsten, de billen enz. Vervolgens voelt hij de vrouw tussen haar benen en merkt op dat de daar helemaal nat is. Op het zelfde moment ziet hij God terug komen. Snel spoelt hij zijn handen af in de zee.
Als hij dit later aan God opbiecht zegt God:
"Ooh nee hé, nu zullen in het vervolg alle vissen zo ruiken!"