In een klein dorpje in het noorden van het land zijn twee kerken waarvan de pastoor en de dominee al jaren in onmin met elkaar leven.
Op het jaarlijks feest in het dorpshuis lopen ze elkaartegen het lijf in de smalle gang.
De pastoor zegt:
'Ik ga niet opzij vooreen farize�r'.
De dominee doet een stap opzij en zegt:
'Ik wel'.