Jantje gaat biechten. Er ontspint zich het volgende gesprek. Jantje: "Ik heb ernstig gezondigd..." Pastoor: "Hoezo, mijn zoon?" Jantje: "Ik heb een meisje meegenomen naar mijn slaapkamer." Pastoor: "Dat is geen zonde." Jantje: "Ja, maar ik heb haar schoenen en kousen uitgetrokken." Pastoor: "Dat is geen zonde." Jantje: "En toen heb ik haar jurk en haar broekje uitgetrokken." Pastoor: "Dat is geen zonde." Jantje: "Toen heb ik mijzelf uitgekleed." Pastoor: "Dat is geen zonde, wat gebeurde er toen?" Jantje: "Toen kwam mijn vader binnen..." Pastoor: "Dat is pas zonde."
Jantje gaat biechten. Er ontspint zich het volgende gesprek.
Jantje:
"Ik heb ernstig gezondigd..."
Pastoor:
"Hoezo, mijn zoon?"
Jantje:
"Ik heb een meisje meegenomen naar mijn slaapkamer."
Pastoor:
"Dat is geen zonde."
Jantje:
"Ja, maar ik heb haar schoenen en kousen uitgetrokken."
Pastoor:
"Dat is geen zonde."
Jantje:
"En toen heb ik haar jurk en haar broekje uitgetrokken."
Pastoor:
"Dat is geen zonde."
Jantje:
"Toen heb ik mijzelf uitgekleed."
Pastoor:
"Dat is geen zonde, wat gebeurde er toen?"
Jantje:
"Toen kwam mijn vader binnen..."
Pastoor:
"Dat is pas zonde."