Jantje gaat met oom Kees en tante Toos een dagje naar het strand. Na wat gespeeld te hebben op het strand, komt Jantje bij oom Kees en vraagt: "Wat zijn die knobbels in de broeken van de mannen?" Oei, dacht Kees, wat moet ik hier nou mee. Kees zegt tegen Jantje: "Kijk, die kleine knobbeltjes zijn arme mensen en die grote zijn rijke mensen." Jantje gaat weer spelen, maar komt na een tijdje weer terug en roept tegen oom Kees: "Raad eens wat ik gezien heb in de duinen!" "Nou?" "Er was een arme man en die werd ineens schatrijk!"
Jantje gaat met oom Kees en tante Toos een dagje naar het strand. Na wat gespeeld te hebben op het strand, komt Jantje bij oom Kees en vraagt:
"Wat zijn die knobbels in de broeken van de mannen?"
Oei, dacht Kees, wat moet ik hier nou mee. Kees zegt tegen Jantje:
"Kijk, die kleine knobbeltjes zijn arme mensen en die grote zijn rijke mensen."
Jantje gaat weer spelen, maar komt na een tijdje weer terug en roept tegen oom Kees:
"Raad eens wat ik gezien heb in de duinen!"
"Nou?"
"Er was een arme man en die werd ineens schatrijk!"