Jantje is een appel aan het plukken. Gaat hij als hij een mand vol heeft naar zijn vader en zegt: Hoe weet je dat een appel rond is? Zegt zn vader: aan de kleur. Nee, zegt jantje: aan de vorm
Jantje is een appel aan het plukken.
Gaat hij als hij een mand vol heeft naar zijn vader en zegt:
Hoe weet je dat een appel rond is?
Zegt zn vader: aan de kleur.
Nee, zegt jantje: aan de vorm