Jantje zegt tegen Piet: 'mijn vader zit in de gevangenis door zijn geloof.' zegt Piet: 'echt waarom dan.' zegt Jantje: 'hij geloofde dat hij de belasting niet hoefde te betalen.'
Jantje zegt tegen Piet:
'mijn vader zit in de gevangenis door zijn geloof.' zegt Piet:
'echt waarom dan.' zegt Jantje:
'hij geloofde dat hij de belasting niet hoefde te betalen.'