Jantje zit te huilen aan de waterkant. Komt er een vrouw aan: Waarom zit je te huilen? De grote jongens hebben mijn broodje in het water gegooid! Was het met opzet? Nee... met pindakaas.
Jantje zit te huilen aan de waterkant. Komt er een vrouw aan: Waarom zit je te huilen?
De grote jongens hebben mijn broodje in het water gegooid!
Was het met opzet?
Nee... met pindakaas.