Jantje zit te wenen. Een meneer vraagt wat er is. - Iemand heeft mijn broodtje in een auto gegooit. - Met opzet vraagt de meneer. - Nee met kaas - zegt jantje.
Jantje zit te wenen.
Een meneer vraagt wat er is.
- Iemand heeft mijn broodtje in een auto gegooit.
- Met opzet vraagt de meneer.
- Nee met kaas - zegt jantje.