Juf: "Waarom noemen ze de taal die je thuis spreekt, je moedertaal?" Jantje: "Logisch, want m'n vader komt nooit aan het woord!"
Juf:
"Waarom noemen ze de taal die je thuis spreekt, je moedertaal?"
Jantje:
"Logisch, want m'n vader komt nooit aan het woord!"