Klant: 'Ober, gauw een broodje met kaas, want ik moet weg.' Ober: 'Neemt u dan liever een broodje met ham, want die moet ook weg!'
Klant:
'Ober, gauw een broodje met kaas, want ik moet weg.' Ober:
'Neemt u dan liever een broodje met ham, want die moet ook weg!'