“Kun jij drie merken bier noemen?” “Ja hооr; Heineken, Amstel en Grolsch.” “Goed, kun je dan ook 3 soorten voorbehoedsmiddelen noemen?” “Ja hооr, de pil, het condoom en het spiraaltje.” “Ook goed, kun je dan ook 3 merken kruiwagens noemen?” “Eh…” “Ik hооr het al, je hebt meer verstand van zuipen en wippen dan van werken!”
“Kun jij drie merken bier noemen?”
“Ja hооr; Heineken, Amstel en Grolsch.”
“Goed, kun je dan ook 3 soorten voorbehoedsmiddelen noemen?”
“Ja hооr, de pil, het condoom en het spiraaltje.”
“Ook goed, kun je dan ook 3 merken kruiwagens noemen?”
“Eh…”
“Ik hооr het al, je hebt meer verstand van zuipen en wippen dan van werken!”