Lerares voor de klas vraagt de kinderen een zin te maken met het woord 'niettegenstaande' erin. Jan zegt: "Niettegenstaande dat we een slappe winter hebben gehad heb ik toch nog kunnen schaatsen." "Prima Jan" zegt de juf "Wie nog?" Piet zegt: "Niettegenstaande dat we een koele zomer hebben gehad benik toch een beetje bruin." "Prima piet." zegt de juf. "Wie nog een?" Moos zegt; "M'n zuster heeft een strechbed gekocht want ze kan niettegenstaande nеuкеn.
Lerares voor de klas vraagt de kinderen een zin te maken met het woord 'niettegenstaande' erin. Jan zegt:
"Niettegenstaande dat we een slappe winter hebben gehad heb ik toch nog kunnen schaatsen."
"Prima Jan" zegt de juf "Wie nog?"
Piet zegt:
"Niettegenstaande dat we een koele zomer hebben gehad benik toch een beetje bruin."
"Prima piet." zegt de juf. "Wie nog een?" Moos zegt; "M'n zuster heeft een strechbed gekocht want ze kan niettegenstaande nеuкеn.