Lopen twee vrouwtjes wormen door de kalverstraat heen. Ziet de ene vrouwtjes worm een knappe mannetjes worm.
Ohh, zegt ze, wat een knappe worm. Nee, zegt haar vriendin, daar mag jij niet naar kijken.
Ohh, zegt het vrouwtjes worm weer, wat een knappe worm. Nee, zegt haar vriendin, daar mag jij niet naar kijken.
Waarom dan niet, zegt het vrouwtjes worm.
Omdat je getrouwd веnт, zegt haar vriendin.
Waarop het vrouwtjes worm antwoord: wat kan mij dat schelen mijn man is toch aan het vissen.