Meneer en mevrouw De Wit liggen lekker te slapen als er plotseling een insluiper in hun kamer staat. De kerel zet een mes tegen mevrouw De Wit haar keel en fluistert met een hese stem in haar oor: "Ik wil altijd eerst de namen van mijn slachtoffers weten voordat ik ze vermoord .." Mevrouw De Wit antwoordt met een trillerige stem: "Mmm .. mijn naam is Eli .. Elisabeth" De insluiper laat haar meteen los en zegt: "U doet me denken aan mijn moeder die ook Elisabeth heette, dus kan ik u niet vermoorden" , na deze woorden wendt hij zich naar meneer De Wit en vraagt: "Wat is jouw naam?" Meneer De Wit antwoordt zonder een spier te vertrekken: "Mijn naam in Anton .. maar mijn vrienden noemen mij Elisabeth!"
Meneer en mevrouw De Wit liggen lekker te slapen als er plotseling een insluiper in hun kamer staat. De kerel zet een mes tegen mevrouw De Wit haar keel en fluistert met een hese stem in haar oor:
"Ik wil altijd eerst de namen van mijn slachtoffers weten voordat ik ze vermoord .."
Mevrouw De Wit antwoordt met een trillerige stem:
"Mmm .. mijn naam is Eli .. Elisabeth"
De insluiper laat haar meteen los en zegt:
"U doet me denken aan mijn moeder die ook Elisabeth heette, dus kan ik u niet vermoorden"
, na deze woorden wendt hij zich naar meneer De Wit en vraagt:
"Wat is jouw naam?"
Meneer De Wit antwoordt zonder een spier te vertrekken:
"Mijn naam in Anton .. maar mijn vrienden noemen mij Elisabeth!"