Moeder gaat met Jantje op bezoek naar een vriendin, die net een kindje heeft gekocht.
Het kindje is echter geboren zonder oortjes.
Jantje heeft altijd al het hart op de tong gehad, en moeder vreest dat Jantje nu ook op ongepaste wijze opmerkingen zal maken over het kindje zonder oortjes.
Zij spelt hem dan ook uitdrukkelijk de les en zegt dat hij onder geen beding over “oortjes” mag spreken tijdens het bezoek.
Wanneer ze de kamer betreden, worden de ouders gefeliciteerd met de geboorte van hun telg en wordt er vol bewondering gekeken naar het mooie kindje.
Jantje, heel en al vol medelijden omdat hij geen oortjes ziet, vraagt opeens aan de kersverse moeder : “Mevrouw, веnт u zeker dat het kindje wel goed kan zien ?”
Terwijl de moeder van Jantje de bui voelt komen, antwoordt de dame : “zeker Jantje”.
Jantje antwoordt gerustgesteld :”wat een geluk, dan zal het zeker nooit een brilletje moeten dragen !”.