Op de Kalmthoutse Heide loopt er een herder rond met een grote kudde schapen om de heide door begrazing in haar natuurlijke staat te houden. Komt daar een toerist, en die vraagt aan die herder: "Aas ik kaan segge hoeveel schaapkes gij hep, mach ik er dan ???ntje meeneemen?" Die herder denkt: die kan die zo rap toch niet tellen, en zegt ja. Zegt die toerist : "Tweehoonderdzeesensefentich" . Is die herder gefopt, want het is juist. Hij zegt OK, neem er maar eentje. De toerist neemt een beestje, en legt het over zijn schouders. Vraagt die herder: krijg ik ook nog een kans ? De toerist is akkoord. Zegt die herder: "Als gij een Limburger zijt, krijg ik dan mijn hond terug?"
Op de Kalmthoutse Heide loopt er een herder rond met een grote kudde schapen om de heide door begrazing in haar natuurlijke staat te houden. Komt daar een toerist, en die vraagt aan die herder:
"Aas ik kaan segge hoeveel schaapkes gij hep, mach ik er dan ???ntje meeneemen?"
Die herder denkt: die kan die zo rap toch niet tellen, en zegt ja. Zegt die toerist :
"Tweehoonderdzeesensefentich"
. Is die herder gefopt, want het is juist. Hij zegt OK, neem er maar eentje. De toerist neemt een beestje, en legt het over zijn schouders. Vraagt die herder: krijg ik ook nog een kans ? De toerist is akkoord. Zegt die herder:
"Als gij een Limburger zijt, krijg ik dan mijn hond terug?"