Op een dag komt er een stomdronken kerel een kroeg uitlopen. En die loopt zo’n beetje langs de geparkeerde auto’s met zijn sleutels in zijn hand. En terwijl hij zo naar zijn auto loopt te zoeken, komt-ie al struikelend een agent tegen. En die smeris zegt: ‘Kan ik u ergens mee helpen, meneer?’. Zegt die dronken kerel: ‘Ik ben bestolen’.
Zegt die smeris: ‘Wat is er dan van u gestolen?’. ‘Mijn auto is weg’ zegt die vent. Dat die agent die zegt: ‘Waar heeft u ‘m voor het laatst gezien’. Zegt die lamme gast: ‘Hij zat hier aan het eind van mijn sleutel’. Maar die smeris die ziet opeens, dat die vent zijn snikkel uit zijn broek hangt. Die hangt zo’n beetje te bungelen. Dat die agent die zegt: ‘Weet u dat uw lid uit uw broek hangt?’. Zegt die gast: ‘Attelenooie, hebben ze mijn vriendin ook nog gestolen!’.