Rijdt een man in een auto over de weg, rent er plotseling een biggetje voor zijn auto. De man trapt hard op zijn rem maar kan niet voorkomen dat hij over het biggetje heen rijdt. Geschrokken stapt hij uit zijn auto en kijkt naar het biggetje. Deze is dood. Nog steeds niet van zijn schrik bekomen tilt hij het biggetje op en loopt hij met het biggetje in zijn armen naar de dichtsbijzijnde boerderij. Hij belt aan en de boer doet open. "Is dit biggetje soms van u?" vraagt de man aan de boer. "Nee," zegt de boe, r "ik heb geen platte biggen".
Rijdt een man in een auto over de weg, rent er plotseling een biggetje voor zijn auto. De man trapt hard op zijn rem maar kan niet voorkomen dat hij over het biggetje heen rijdt. Geschrokken stapt hij uit zijn auto en kijkt naar het biggetje. Deze is dood. Nog steeds niet van zijn schrik bekomen tilt hij het biggetje op en loopt hij met het biggetje in zijn armen naar de dichtsbijzijnde boerderij. Hij belt aan en de boer doet open.
"Is dit biggetje soms van u?" vraagt de man aan de boer.
"Nee," zegt de boe, r "ik heb geen platte biggen".