's Nachts breekt er iemand bij een huis in, in de verondestelling dat er niemand thuis is. Zodra hij in de slaapkamer komt schrikt hij zich bijna een ongeluk; daar liggen een man en vrouw te slapen. In een reflex trekt de inbreker zijn pistool en richt deze op de vrouw. Inbreker: 'Voordat ik je neerschiet wil ik eerst weten hое je heet!' Vrouw: 'Ik heet Elisabeth'... Inbreker: 'Je hebt geluk, mijn pas overleden moeder heette ook Elisabeth. Daarom kan ik je niet neerschieten.' De inbreker richt daarom op de man en zegt: 'En? Ное heet jij?' De man: 'Ik heet Harry, maar iedereen noemt me Elisabeth'!
's Nachts breekt er iemand bij een huis in, in de verondestelling dat er niemand thuis is.
Zodra hij in de slaapkamer komt schrikt hij zich bijna een ongeluk; daar liggen een man en vrouw te slapen.
In een reflex trekt de inbreker zijn pistool en richt deze op de vrouw.
Inbreker:
'Voordat ik je neerschiet wil ik eerst weten hое je heet!'
Vrouw:
'Ik heet Elisabeth'...
Inbreker:
'Je hebt geluk, mijn pas overleden moeder heette ook Elisabeth. Daarom kan ik je niet neerschieten.'
De inbreker richt daarom op de man en zegt:
'En? Ное heet jij?'
De man:
'Ik heet Harry, maar iedereen noemt me Elisabeth'!