Vraagt de leraar aan de klas : wat is een delicatesse? Zegt er een: een oester! Goed zegt de leraar! Zegt er nen anderen: een kreeft! Goed zegt de leraar! Zegt Dirksken: een кuт! Leraar heel kwaad en zegt: morgenvroeg moet gij hier staan samen met uw vader! Volgende morgen staat Dirksken daar zonder zijn vader en vraagt de leraar waar zijn vader is waarop Dirksken zegt: "Mijn vader zegt dat diegenen die een кuт geen delicatesse vinden jeannetten zijn en dat hij niet klapt met jeannetten!"
Vraagt de leraar aan de klas : wat is een delicatesse?
Zegt er een: een oester!
Goed zegt de leraar!
Zegt er nen anderen: een kreeft!
Goed zegt de leraar!
Zegt Dirksken: een кuт!
Leraar heel kwaad en zegt: morgenvroeg moet gij hier staan samen met uw vader!
Volgende morgen staat Dirksken daar zonder zijn vader en vraagt de leraar waar zijn vader is waarop Dirksken zegt:
"Mijn vader zegt dat diegenen die een кuт geen delicatesse vinden jeannetten zijn en dat hij niet klapt met jeannetten!"