Zegt een piloot tegen een jongetje: “hou jij van vliegen?” Waarop het jongetje antwoordt: “nou en of!” Zegt de piloot weer: “dan zal ik er straks een paar voor je vangen”
Zegt een piloot tegen een jongetje:
“hou jij van vliegen?” Waarop het jongetje antwoordt:
“nou en of!” Zegt de piloot weer:
“dan zal ik er straks een paar voor je vangen”