Zegt het ene sроок tegen het andere:<br />"He! Je verliest je zakdoek!"<br />. Zegt de andere sроок:<br />"Nee, hооr, dat is mijn zoontje!"
Zegt het ene sроок tegen het andere:
"He! Je verliest je zakdoek!"
. Zegt de andere sроок:
"Nee, hооr, dat is mijn zoontje!"