De buurmannen Jan en Kees hebben afgesproken om 's morgens vroeg te gaan vissen. Samen zitten ze aan de waterkant. Jan vangt helemaal niets, terwijl Kees de ene na de andere vis uit het water haalt. Na afloop gooit Kees de gevangen vissen weer terug in het water en nodigt Jan uit om de volgende ochtend weer te gaan
Vissen. De volgende ochtend zitten ze weer samen aan de waterkant te vissen en Jan is nu op de plek van Kees gaan zitten in de hoop dat hij nu alle vis zal vangen. Maar weer haalt Kees alle vis uit het water. Jan besluit om de dag erna helemaal alleen te gaan vissen. In alle vroegte zit hij al aan de waterkant, maar weer willen de vissen niet bijten. Plotseling komt er vanuit het water een briefje omhoog met de tekst:
'Waar blijft Kees nou toch?'